hoogte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoog·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van hoog met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord hoogte hoogtes, hoogten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hoogte v

  1. een verheffing van de aardkorst
  2. de mate waarin iets hoog is, niveau, peil, stand
    Denver ligt op een hoogte van 1600 meter.
  3. door de frequentie bepaalde klank, toonhoogte
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op de hoogte zijn
  • op de hoogte zijn van iets
Vertalingen

Meer informatie