honorarium
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ho·no·ra·ri·um
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | honorarium | honoraria honorariums |
| verkleinwoord | (honorariumpje) | (honorariumpjes) |
Zelfstandig naamwoord
honorarium o
- een geldelijke beloning voor een geleverde dienst
- Hij ontving een bescheiden honorarium voor zijn lezing.