honger
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hon·ger
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | honger | - |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
honger m
- behoefte aan voedsel
- Hij had honger gekregen van al dat sneeuwruimen.
- levensbedreigend tekort aan voedsel
- De honger die volgde op de misoogst was verschrikkelijk.
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
- Honger is de beste saus.
- Als je grote honger hebt, smaakt alles veel lekkerder.