hondsvot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- honds·vot
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hondsvot | hondsvotten |
| verkleinwoord | hondsvotje | hondsvotjes |
Zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) een scheldwoord voor een slordig persoon of schurk (letterlijk: de kont van een hond)
- Die hondsvot moet eens manieren leren!
- (scheepvaart) een oog aan een blok waaraan het vaste deel van een loper kan worden bevestigd