hondsdagen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • honds·da·gen
enkelvoud meervoud
naamwoord - hondsdagen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hondsdagen mv

  1. de periode van 23 juli tot 23 augustus die vaak de heetste en onaangenaamste tijd van de zomer is
    De hitte van de hondsdagen was dit jaar werkelijk een bezoeking.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen