holster
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hol·ster
Woordherkomst en -opbouw
- Waarschijnlijk ontleend aan het Nedersaksisch in de 17e eeuw.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | holster | holsters |
| verkleinwoord | holstertje | holstertjes |
Zelfstandig naamwoord
holster m
- gewoonlijk leren houder voor een pistool
- In het duel werd de holster van zijn heup geschoten.