hollen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hol·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| hollen |
holde |
gehold |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
hollen
- (ergatief) zeer snel lopen (gericht)
- Hij is snel naar huis gehold.
- (inergatief) zeer snel lopen (ongericht)
- Hij heeft het hele stuk gehold.