hollen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hol·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hollen
holde
gehold
zwak -d volledig

Werkwoord

hollen

  1. (ergatief) zeer snel lopen (gericht)
    Hij is snel naar huis gehold.
  2. (inergatief) zeer snel lopen (ongericht)
    Hij heeft het hele stuk gehold.
Synoniemen
Vertalingen