holiday

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
holiday holidays

Zelfstandig naamwoord

holiday

  1. feestdag
  2. vakantiedag
  3. vakantie
Uitdrukkingen en gezegden
  • [3]: on holiday
met vakantie / op vakantie
Whilst on holiday in Sydney Australia Jim was taken ill and passed away peacefully on 28 feb 2011.
Terwijl op vakantie in Sydney Australië werd Jim ziek en overleed vredig op 28 feb 2011.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen