hobbyist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hob·by·ist
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van hobby met het achtervoegsel -ist.
enkelvoud meervoud
naamwoord hobbyist hobbyisten
verkleinwoord hobbyistje hobbyistjes

Zelfstandig naamwoord

hobbyist m

  1. iemand die zich met een hobby bezighoudt
    Hij is een fanatieke hobbyist.
  2. (pejoratief) een amateur
    Wat een hobbyisten zijn dat, zeg!
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen