hinken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hin·ken


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hinken
hinkte
gehinkt
zwak -t volledig

Werkwoord

hinken

  1. (inergatief) ongelijk lopen omdat men slechts op één been steunen kan
    Hij verzwikte zijn voet en heeft daarna een beetje gehinkt, maar het bleek niet ernstig.
  2. (ergatief) ergens slechts op één been heen gaan
    De kinderen zijn van de ene kant van het pad naar het andere gehinkt.
Vertalingen