hinderlijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hin·der·lijk
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van hinderen met het achtervoegsel -lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | hinderlijk | hinderlijker | hinderlijkst |
| verbogen | hinderlijke | hinderlijkere | hinderlijkste |
Bijvoeglijk naamwoord
hinderlijk
- hinder veroorzakend
- Dat lawaai is er alleen maar hinderlijker op geworden.