hijgden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- hijg·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| hijgen |
hijgden
- meervoud verleden tijd van hijgen
- Wij hijgden.
- Jullie hijgden.
- Zij hijgden.
- Wij hijgden.
| vervoeging van |
|---|
| hijgen |
hijgden