hertrouwen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- her·trou·wen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| hertrouwen |
hertrouwde |
hertrouwd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
hertrouwen
- (ergatief) ~ met opnieuw in het huwelijk treden
- Twee jaar na het overlijden van zijn eerste vrouw is hij hertrouwd.