hertrouwen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·trou·wen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hertrouwen
hertrouwde
hertrouwd
zwak -d volledig

Werkwoord

hertrouwen

  1. (ergatief) ~ met opnieuw in het huwelijk treden
    Twee jaar na het overlijden van zijn eerste vrouw is hij hertrouwd.