hernieuwen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- her·nieu·wen
Woordherkomst en -opbouw
Afleiding van nieuw met het voorvoegsel her- en met het achtervoegsel -en.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| hernieuwen |
hernieuwde |
hernieuwd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
hernieuwen
- (overgankelijk) door nieuwe kracht weer nieuw maken, nieuw leven inblazen
- (overgankelijk) renoveren
- (overgankelijk) opnieuw doen, vernieuwen, weer nieuw maken
- In 781 eiste Karel de Grote dan ook dat hij naar Worms moest komen om zijn eed van trouw als vazal te hernieuwen.
Vertalingen
1. door nieuwe kracht weer nieuw maken, nieuw leven inblazen
2. renoveren
3. opnieuw doen, vernieuwen, weer nieuw maken