hernemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·ne·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van nemen met het voorvoegsel her-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hernemen
hernam
hernomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

hernemen

  1. (overgankelijk) opnieuw krijgen, opnieuw verkrijgen
    Na de grote beroering van elfde september hernam het leven in New York langzaam zijn gewone loop.
  2. opnieuw opvoeren
    We hernemen het toneelstuk in januari-februari 2012!
  3. (verouderd) opnieuw de draad van het gesprek opnemen
    "Even serieus", hernam hij, "we hebben wel een plan nodig".
  4. (overgankelijk) (verouderd) opnieuw innemen
    De stad werd hernomen.
  5. nemen wat men eerst heeft gegeven
    Wat met de ene hand wordt gegeven, wordt met de andere hernomen.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen