herhaling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- her·ha·ling
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van herhalen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | herhaling | herhalingen |
| verkleinwoord | herhalinkje | herhalinkjes |
Zelfstandig naamwoord
herhaling v
- het nogmaals plaatsvinden
- Er zat een hoop herhaling in de tekst.
- een aflevering van een televisieprogramma of -serie die nogmaals wordt uitgezonden
Vertalingen
1. het nogmaals plaatsvinden