herhaling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·ha·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord herhaling herhalingen
verkleinwoord herhalinkje herhalinkjes

Zelfstandig naamwoord

herhaling v

  1. het nogmaals plaatsvinden
    Er zat een hoop herhaling in de tekst.
  2. een aflevering van een televisieprogramma of -serie die nogmaals wordt uitgezonden
Vertalingen