herhalen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- her·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| herhalen |
herhaalde |
herhaald |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
herhalen
- nog eens, of meerdere keren, hetzelfde ondervinden, uitvoeren of laten weerkeren
- (overgankelijk) iets opnieuw zeggen
- Ik kon u niet verstaan, wilt u dat herhalen?
- (overgankelijk) iets opnieuw zingen
- We hebben het refrein van het liedje nog menigmaal herhaald.
- (overgankelijk) iets opnieuw doen
- Het eerder uitgezonden programma wordt morgen herhaald.
- (wederkerend) steeds weer hetzelfde beleven
- Elke dag herhaalde zich hetzelfde ritueel.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- Men zegt wel dat de geschiedenis zich herhaalt.
1. iets opnieuw zeggen