herder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·der
enkelvoud meervoud
naamwoord herder herders
verkleinwoord herdertje herdertjes

Zelfstandig naamwoord

herder

  1. begeleider en bewaker, meestal van een kudde schapen of ander vee
  2. een hondenras
Vertalingen

Koerdisch

Bijwoord

herder

  1. overal
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen