herbeginnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·be·gin·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
herbeginnen
herbegon
herbegonnen
klasse 3 volledig

Werkwoord

herbeginnen

  1. (ergatief) ~ met: opnieuw met iets beginnen
    Ik ben herbegonnen met regelmatig te gaan wandelen en zelfs een beetje hard te lopen.