henna

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hen·na
enkelvoud meervoud
naamwoord henna -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

henna v/m

  1. (plantkunde) Lawsonia inermis Wikispecies-logo-en.png een struik uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae Wikispecies-logo-en.png)
    Op veel plaatsen in het Midden-Oosten kan henna aangetroffen worden.
  2. de rode kleurstof gewonnen uit [1]
    Zij had haar haar geverfd met henna.
Vertalingen