hengsel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- heng·sel
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van hangen met het achtervoegsel -sel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hengsel | hengsels |
| verkleinwoord | hengseltje | hengseltjes |
Zelfstandig naamwoord
hengsel o
- een eenvoudig scharnier waarbij een deur op een of meer vertikale metalen staven gehangen wordt
- Je kunt de deur zo van de hengsels lichten.
- een stuk gebogen draad, al of niet van metaal, op twee plaatsen aan bijvoorbeeld een emmer bevestigd, waaraan deze opgepakt of -gehangen kan worden