hengelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hen·ge·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hengelen
hengelde
gehengeld
zwak -d volledig

Werkwoord

hengelen

  1. (inergatief) (sport) vis trachten te vangen met een haak aan een lijn dei geleid wordt op een lange stok
    Zij hengelden voornamelijk op baars.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen