heks
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- heks
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | heks | heksen |
| verkleinwoord | heksje | heksjes |
Zelfstandig naamwoord
heks v
- een persoon, meestal een vrouw, aan wie bovennatuurlijke krachten worden toegeschreven
- In de middeleeuwen werd er in heksen geloofd.
- valse tovenares in sprookjes en mythen
- de boze heks sloot Hans op in het hok van het pannenkoekenhuisje
- (scheldwoord) onaangename, lastige vrouw
- wat is dat een heks geworden zeg !!!
- heks bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een persoon, meestal een vrouw, aan wie bovennatuurlijke krachten worden toegeschreven
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
Deens
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Duitse woord Hexe.
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | heks | heksen | hekse | heksene |
| genitief | heks | heksens | hekses | heksenes |
Zelfstandig naamwoord
heks g
- heks
- een bovennatuurlijk vrouwelijk schepsel, dat volgens de Deense volksgeloof in verbond is met de duivel en dat mensen met behulp van hekserij schaadt
- (figuurlijk) een vrouw die boos is, grillig, eigenzinnig, sluwe of op andere wijze onuitstaanbaar is
Hyperoniemen
- [2]: fantasivæsen
Afgeleide begrippen
|
|
Verwante begrippen
- [2]: troldkvinde
- [2]: troldkarl
- [3]: furie
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: brændt som heks
verbrand als een heks
Zelfstandig naamwoord
heks,
- onbepaalde vorm genitief enkelvoud van heks
Noors
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Duitse woord Hexe.
| Naar frequentie | 3524 |
|---|
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | heks | m: heksen v: heksa |
hekser | heksene |
| genitief | heks' | m: heksens v: heksas |
heksers | heksenes |
Zelfstandig naamwoord
- heks
- (figuurlijk) een vrouw die boos is, grillig, eigenzinnig, sluwe of op andere wijze onuitstaanbaar is
Afgeleide begrippen
|
|
Nynorsk
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Duitse woord Hexe.
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | heks | heksa (bijvorm) heksi |
hekser | heksene |
Zelfstandig naamwoord
heks v
- heks
- (figuurlijk) een vrouw die boos is, grillig, eigenzinnig, sluwe of op andere wijze onuitstaanbaar is
Afgeleide begrippen
|
|
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Scheldwoord in het Nederlands
- Woorden in het Deens
- Zelfstandig naamwoord in het Deens
- Figuurlijk in het Deens
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Deens
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Figuurlijk in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Zelfstandig naamwoord in het Nynorsk
- Figuurlijk in het Nynorsk