heks
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- heks
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | heks | heksen |
| verkleinwoord | heksje | heksjes |
Zelfstandig naamwoord
heks v
- een persoon, meestal een vrouw, aan wie bovennatuurlijke krachten worden toegeschreven.
- In de middeleeuwen werd er in heksen geloofd.
Vertalingen
1. een persoon, meestal een vrouw, aan wie bovennatuurlijke krachten worden toegeschreven
Afgeleide begrippen
- heksenbezem, heksendans, heksendokter, heksengeloof, heksenjacht, heksenketel, heksenkrans, heksenkring, heksenkruid, heksenkunst, heksenmeester, heksenmelk, heksenproces, heksenproef, heksensabbat, heksentoer, heksenwaag, heksenwerk, hekserij
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.