hekk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[A1] En hekk.
Een heg.
[A2] Hekker.
Horden.
[A3] Hekk.
Hordeloop.

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • hekk
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] Afkomstig van het Duitse naamwoord Hecke.
  • [B] Afkomstig van het Nederduitse naamword hek.
Verbuiging
A + B enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hekk     hekken     hekker     hekkene  
genitief   hekks     hekkens     hekkers     hekkenes  

[A]

Zelfstandig naamwoord

hekk m

  1. heg
    «Hun og mannen Bjørn plantet hekken for rundt ti år siden.»
    Zij en haar man Bjørn hebben de heg ongeveer tien jaar geleden geplant.
  2. horde
    «Hekkene er laget av metall med tverrstang i tre.»
    De horden zijn van metaal met een houten dwarsbalk.
  3. (sport) hordelopen, hordeloop, horden
    «På 400 meter hekk er avstanden mellom hekkene den samme for kvinner og menn.»
    Bij de 400 m horden is de afstand tussen de horden hetzelfde voor vrouwen en mannen.
Afgeleide begrippen
[B1] En hekk.
Een dek.
[B2] En hekk (Nissan).
De achterkant van een auto (Nissan).

[B]

Zelfstandig naamwoord

hekk m

Verwante begrippen



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • hekk
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] Afkomstig van het Duitse naamwoord Hecke.
  • [B] Afkomstig van het Nederduitse naamword hek.
Verbuiging
A + B enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hekk     hekken     hekkar     hekkane  
genitief                

[A]

Zelfstandig naamwoord

hekk m

  1. heg
  2. horde
  3. (sport) hordelopen, hordeloop, horden
Afgeleide begrippen

[B]

Zelfstandig naamwoord

hekk m

Verwante begrippen