heimwee

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heim·wee
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van heim (huis, thuis) en wee (pijn)
enkelvoud meervoud
naamwoord heimwee -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

heimwee v/m/o

  1. sterk verlangen naar een plek die als thuis ervaren wordt
    Wegens sterke heimwee kon hun dochtertje nooit bij vriendinnetjes logeren.
Vertalingen