heimelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hei·me·lijk
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen heimelijk heimelijker heimelijkst
verbogen heimelijke heimelijkere heimelijkste

Bijvoeglijk naamwoord

heimelijk

  1. geheim, opzettelijk verborgen
    Een heimelijke glimlach verraadde zijn intenties, maar niemand keek.
Vertalingen