heethoofd
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈhetoft/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈhetoft/
- (Limburg): /ˈheːthof/
Woordafbreking
- heet·hoofd
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | heethoofd | heethoofden |
| verkleinwoord | heethoofdje | heethoofdjes |
Zelfstandig naamwoord
- een persoon die snel boos wordt
- De jongen die zij met uitgaan had leren kennen bleek een enorme heethoofd te zijn.