hechten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hech·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| hechten |
hechtte |
gehecht |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
hechten
- (overgankelijk) (medisch) een wond dichtnaaien
- De operatie was geslaagd en de wond kon gehecht worden erin.
- (inergatief) ~ aan belang toewijzen aan iets
- Hij hechtte eraan zijn danbaarheid daarvoor te tonen.
- (wederkerend) zich ~ aan
Vertalingen
3. zich hechten aan
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.