haring
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ha·ring
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | haring | haringen |
| verkleinwoord | harinkje | harinkjes |
Zelfstandig naamwoord
haring m
- (vissen) Clupea harengus
, zilvergrijze zoutwatervis, geschikt voor comsumptie - soort pen waarmee de scheerlijnen van een tent in de bodem bevestigd worden
Verwante begrippen
- [2] antennemast, scheerlijn, stormlijn, tent, volleybalnet, windscherm
Vertalingen
1. zoutwatervis
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.