hanteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Franse hanter (12e eeuw) met betekenis 'omgaan met', dat weer afkomstig is van het Germaans, met het achtervoegsel -eren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hanteren
hanteerde
gehanteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

hanteren

  1. (overgankelijk) ermee omgaan
    De jongen hanteerde het mes als een ware kok.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen