hangslot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hang·slot
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hangslot | hangsloten |
| verkleinwoord | hangslotje | hangslotjes |
Zelfstandig naamwoord
hangslot o
- een slot dat aan een beugel hangt
- Het hangslot werd door de inbrekers kapotgemaakt.
Vertalingen
1. een slot dat aan een beugel hangt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.