handschoen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: handschoen (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɦɑnt.sχun/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɦɑnt.sxun/
- (Limburg): /hɑnd.sxun/
Woordafbreking
- hand·schoen
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | handschoen | handschoenen |
| verkleinwoord | handschoentje | handschoentjes |
Zelfstandig naamwoord
- (kleding) een handkledingstuk met aparte vingers
- Verdorie, ik ben mijn handschoenen vergeten mee te nemen.
Verwante begrippen
Spreekwoorden
Iemand de handschoen toewerpen.
- Iemand uitdagen.
De handschoen opnemen.
- De uitdaging aannemen.
Het is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken.
- Het is een kattig persoon.
Vertalingen
1. een handkledingstuk met aparte vingers
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.