handschoen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·schoen

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord handschoen handschoenen
verkleinwoord handschoentje handschoentjes

handschoen v/m

  1. (kleding) handkledingstuk met aparte vingers.
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  1. Iemand de handschoen toewerpen
    uitdagen
  2. De handschoen opnemen
    de uitdaging aannemen
  3. Het is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken
    het is een kattig persoon
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen