halverwege

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hal·ver·we·ge

Bijwoord

halverwege

  1. op het middelpunt van een weg
    Dit huis staat ergens aan het begin van de straat en niet halverwege.

Voorzetsel

halverwege

  1. in het midden van iets
    Deze speler mag zich halverwege het seizoen de meest waardevolle speler van de eredivisie noemen.