halve
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- hal·ve
Bijvoeglijk naamwoord
halve
- verbogen vorm van de stellende trap van half
Noors
Woordafbreking
- hal·ve
| Naar frequentie | 2215 |
|---|
Bijvoeglijk naamwoord
- bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van halv
halve, mv
- onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van halv
Nynorsk
Woordafbreking
- hal·ve
Bijvoeglijk naamwoord
- bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van halv
halve, mv
- onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van halv