halfgeleider
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- half·ge·lei·der
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | halfgeleider | halfgeleiders |
| verkleinwoord | halfgeleidertje | halfgeleidertjes |
Zelfstandig naamwoord
halfgeleider m
- (natuurkunde) een stof die de elektriciteit slecht of alleen in bepaalde omstandigheden geleidt
- Voor het proefwerk van woensdag moeten jullie ook enkele toepassingen van halfgeleiders kennen.
- (elektrotechniek) (elektronica) een elektronisch onderdeel dat is opgebouwd uit halfgeleidende materialen
- Om dit toestel weer aan de praat te krijgen, moet u de halfgeleider vervangen.
Afgeleide begrippen
- halfgeleidergeheugencel, halfgeleiderlaag, halfgeleiderlaser, halfgeleidermateriaal, halfgeleidertechnologie, halfgeleiderversie
Vertalingen
1. een stof die de elektriciteit slecht of alleen in bepaalde omstandigheden geleidt
2. een elektronisch onderdeel dat is opgebouwd uit halfgeleidende materialen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.