habitat
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈhabiˌtɑt/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈhabiˌtɑt/
Woordafbreking
- ha·bi·tat
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | habitat | habitats |
| verkleinwoord | habitatje | habitatjes |
Zelfstandig naamwoord
- het natuurlijke leefgebied van een organisme
- De bergen vormen uiteraard geen deel van de habitat van zeehonden.
Vertalingen
1. het natuurlijke leefgebied van een organisme