haal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- haal
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | haal | halen |
| verkleinwoord | haaltje | haaltjes |
Zelfstandig naamwoord
haal m
- een heftige beweging met de gehele arm of poot
- De kat gaf hem een haal in zijn gezicht.
- een onbeheerste streep met potlood of pen
- De leraar zette een grote haal door de spelfout.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| halen |
haal