gunnen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gun·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| gunnen |
gunde |
gegund |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
gunnen
- voldoening hebben dat iemand anders iets heeft of verkrijgt
- Die promotie was hem zeker gegund.