gul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gul
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gul guller gulst
verbogen gulle gullere gulste

Bijvoeglijk naamwoord

gul

  1. vrijgevig.
    Ook dit jaar was deze donateur weer heel gul.
  2. hartelijk.
    Hij toonde een gulle lach.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord gul gullen
verkleinwoord gulletje gulletjes

Zelfstandig naamwoord

gul v/m

  1. (vissen) kabeljauw tot een lengte van ca. 60 cm
    Ik heb een 'gulletje gevangen.


Deens

Bijvoeglijk naamwoord

gul

  1. (kleur) geel


Noors

Woordafbreking
  • gul
Naar frequentie 4961

Werkwoord

gul

  1. gebiedende wijs van gule

Zelfstandig naamwoord

gul
  1. verouderde spelling of vorm van gule van vóór 2005 (betekenis: windje)
(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud van gul, m / v


Nynorsk

Woordafbreking
  • gul

Werkwoord

gul

  1. gebiedende wijs van gule
Schrijfwijzen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • gul
stellend vergrotend overtreffend
gul
gulare
gulast

Bijvoeglijk naamwoord

gul

  1. (kleur) geel
Afgeleide begrippen