gsm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een gsm uit 2006.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gsm
enkelvoud meervoud
naamwoord gsm gsm's
verkleinwoord gsm'etje gsm'etjes

Zelfstandig naamwoord

gsm

  1. m (telecommunicatie) een mobiele telefoon
    Ik had geen ontvangst met mijn gsm.
  2. o (telecommunicatie) een standaard voor digitale mobiele telefonie
    De mobiele telefonienetwerken in Nederland en België gebruiken ofwel gsm ofwel een combinatie van gsm en UMTS.
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
gsm'en

gsm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gsm'en
    Ik gsm.
  2. gebiedende wijs van gsm'en
    Gsm!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gsm'en
    Gsm je?

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen