grondregel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- grond·re·gel
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | grondregel | grondregelen, grondregels |
| verkleinwoord | grondregeltje | grondregeltjes |
Zelfstandig naamwoord
grondregel m
- voornaamste regel of voorschrift
- hoofdbeginsel van het levensgedrag
- grondstelling, axioma
Synoniemen
- [1-2] stelregel