gromicznik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Kasjoebisch

Uitspraak
  • IPA: /grɔˈmiʧnʲik/

Zelfstandig naamwoord

gromicznik m

  1. februari
Verbuiging


Maanden in het Kasjoebisch
stëcznik
januari
gromicznik
februari
strumiannik
maart
łżëkwiôt
april
môj
mei
czerwińc
juni
lëpinc
juli
zélnik
augustus
séwnik
september
rujan
oktober
lëstopadnik
november
gòdnik
december