groenteboer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groen·te·boer
enkelvoud meervoud
naamwoord groenteboer groenteboeren
verkleinwoord groenteboertje groenteboertjes

Zelfstandig naamwoord

groenteboer m

  1. (beroep) iemand die een detailhandel in groente en fruit bedrijft
    Mijn ene grootvader was groenteboer, de andere schoenmaker.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen