gril
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gril
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gril | grillen |
| verkleinwoord | grilletje | grilletjes |
Zelfstandig naamwoord
gril
- m een onwillekeurige rilling, vooral veroorzaakt door afschuw
- Ze kon bij die aanblik haar grillen nauwelijks de baas blijven.
- v/m onredelijk en willekeurig gedrag
- Ik heb genoeg van je grillen en kuren.
Synoniemen
- [2] bevlieging, kuur
Afgeleide begrippen
- [2] grillig
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.