griezel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grie·zel
enkelvoud meervoud
naamwoord griezel griezels
verkleinwoord griezeltje griezeltjes

Zelfstandig naamwoord

griezel m

  1. een wezen dat angst en walging oproept
    De hoofdrolspeler vertolkte de rol van die griezel meesterlijk.
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
griezelen

griezel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van griezelen
    Ik griezel.
  2. gebiedende wijs van griezelen
    Griezel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van griezelen
    Griezel je?