grenzeloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gren·ze·loos
stellend
onverbogen grenzeloos
verbogen grenzeloze

Bijvoeglijk naamwoord

grenzeloos

  1. zonder landsgrenzen
    We leven in een grenzeloos Europa.
  2. niet beperkt door landsgrenzen, internationaal
    Kunst is tijd- en grenzeloos.
  3. zonder grenzen, beperkingen, oneindig groot
    De mogelijkheden zijn grenzeloos.
    Ik had een grenzeloos vertrouwen in hem.
    De liedjes zijn van een grenzeloze pracht.