grendel
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- gren·del
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | grendel | grendels |
| verkleinwoord | grendeltje | grendeltjes |
Zelfstandig naamwoord
grendel
- een voorwerp, meest in de vorm van een metalen staaf, die de opening van een deur verhindert
- Deze stevige grendel maakt vrijwel onmogelijk de bankkluis te kraken.