grazen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gra·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
grazen
graasde
gegraasd
zwak -d volledig

Werkwoord

grazen

  1. (inergatief) het eten van gras en andere bodemvegetatie zoals bijvoorbeeld runderen dit doen
    De koeien graasden vredig in de wei.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen