graveren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gra·ve·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| graveren |
graveerde |
gegraveerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
graveren
- (overgankelijk) met een scherp gereedschap iets krassen in glas of metaal
- Zij kreeg voor haar geboorte een zilveren beker waarin haar naam gegraveerd was.