gouvernement

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gou·ver·ne·ment
enkelvoud meervoud
naamwoord gouvernement gouvernementen
verkleinwoord gouvernementje gouvernementjes

Zelfstandig naamwoord

gouvernement o

  1. een groep personen die een land bestuurt
    Het gouvernement van België heeft het zwaar te verduren gekregen met de economische crisis van het afgelopen jaar.
Synoniemen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen